Weetjes over de tegenwoordige tijd...
De T.T. (= tegenwoordige tijd) wordt gebruikt voor alles wat NU gebeurt.
De T.T. heeft 3 vormen: de ik-vorm / de hij-vorm / de wij-vorm
Werkwijze:
1. zoek altijd eerst de PV!
Is het woord dat je moet invullen de PV? (PV: ja/neevraag stellen) Ja?
2. Zoek het onderwerp dat bij de PV past!
3. Denk na over het onderwerp!
a. Staat het onderwerp in het meervoud?
voorbeeld:
De jongens spelen met een bal.
PV= spelen
Ond = de jongens
Dat is dus een makkie, gewoon de infinitief invullen!
b. is het onderwerp het woordje ik? Zoek dan de stam = infintief -en
vb Nu zing ik een mooi liedje.
PV = zing
Ond = ik
zingen - en = zing
c. staat het onderwerp in het enkelvoud (behalve het woordje "ik")?
Maak dan de t-vorm = stam + t
vb: Het meisje antwoordt juist.
PV = antwoordt
Ond = het meisje
infinitief = antwoorden
stam = antwoorden - en = antwoord
t-vorm = antwoord + t = antwoordt
EZELSBRUGGETJE!!!
De hij-vorm drinkt enkel en alleen thee...
Dus voor de t-vorm alleen een t bijvoegen!!!